De mythe van het kerngezin
Het was begonnen zodra ze gingen samenwonen, nog voor hun gezamenlijke kind werd geboren. Haar geliefde had twee kinderen uit zijn eerste relatie. De ene week waren ze bij hun moeder, de andere bij hun vader. Zij zaten inmiddels op de middelbare school. Het ging goed tussen haar en de kinderen. Zij en haar geliefde wilden veel bij elkaar zijn, dus samenwonen was een logische stap. Ze deden met zijn vieren veel leuke dingen. In de ‘kind-week’ draaide hun leven om zijn kinderen. 

Na een paar jaar merkt ze dat het wat veel wordt, er altijd zijn voor zijn kinderen, aan alles meedoen. Hun samengestelde gezin is een ‘gewoon’ gezin, waarin ze volwaardig meedraait. En dan wordt ze zwanger. En alsof ze draait aan een caleidoscoop, kantelt het beeld van hun samengestelde gezin.
 
Ze is wel een erg actieve en betrokken stiefmoeder. Wil zij haar rol zo echt invullen? En als straks hun kind komt, hoe zal het er dan uitzien? Ze wil ook wel tijd samen met zijn 3-en en tijd alleen met haar kind. Het begint zwaar op haar te drukken dat ze altijd samen zijn met het hele gezin en dat ze zo weinig ruimte heeft. Als ze zich wil onttrekken, krijgt ze te horen dat ze ongezellig is. Haar partner hamert erop dat het belangrijk is dat de kinderen zich altijd welkom voelen en dat het niet aardig is als zij dan een weekend weg gaat met een vriendin. En straks als hun kind er is, is het belangrijk dat er geen verschil ontstaat tussen de kinderen. 
 
De mythe van het kerngezin
Vooral in een hetero-relatie, waar vader kinderen heeft uit een vorige relatie (en stiefmoeder geen), wil hij graag dat het samengesteld gezin lijkt op een kerngezin en zich ook zo gedraagt. Stiefmoeders kunnen dit soort onrealistische verwachtingen ook wel hebben, maar bij vaders komt het vaker voor. Hij kan het zien als een manier om eventueel gevoelde schuld over een echtscheiding te verkleinen. Of hij wil bij zijn kinderen het gevoel van verlies wegnemen dat door de echtscheiding is ontstaan. De intentie is vaak goed, maar een stiefgezin wordt nooit meer een kerngezin. 
 
Als een vrouw stiefmoeder wordt, sluit zij zich aan bij een al gevormd gezin. Haar partner heeft een biologische band en al een geschiedenis met zijn kinderen. Zij niet. Stiefmoeder kiest voor haar partner, maar niet voor de kinderen. De relatie tussen stiefmoeder en zijn kinderen is vaak ongewis: het kan goed gaan of verkeerd lopen. We kunnen mooie banden met hen smeden. We kunnen veel impact hebben op hun leven. Maar dit zal altijd organisch ontstaan en pas na verloop van tijd. Liefde kan niet worden gedwongen vanuit de wens dat het geweldig zou zijn als iedereen zich zou voelen zoals in een kerngezin. Vaders verwachten niet per se liefde, maar regelmatig van stiefmoeders wel gedrag en aanpassing die doorgaans uit liefde voortkomen. Zo voelt stiefmoeder toch de druk.
 
In een kerngezin is het wenselijk dat beide ouders een goede band opbouwen met hun kinderen, vanuit liefde en verantwoordelijkheid. Vader en stiefmoeder staan ieder in een andere relatie tot zijn kinderen. Stiefmoeders hoeven niet dezelfde band op te bouwen met de kinderen als vader. 
 
Niet alles hoeft als gezin ondernomen te worden. En zelfs kerngezinnen doen niet alles samen. Je hoeft niet 24/7 samen te zijn. Maak tijd vrij voor 1:1 contacten. De kinderen zullen stiefmoeder leren kennen. Hen forceren om close te zijn met haar (of andersom) werkt averechts. Van zowel stiefmoeder als stiefkinderen mag wederzijds respect worden verwacht en elkaar ruimte geven. Wederzijdse genegenheid is de bonus.
 
En hoe nu verder met deze vader, stiefmoeder en hun inmiddels geboren dochter?
Zij zullen een vorm gaan vinden voor enerzijds leven in een samengesteld gezin en anderzijds leven in het nieuwe kerngezin, als ouders en het pasgeboren meisje.
Vader heeft met alle kinderen een liefdevolle band en voor hem is er geen verschil. Stiefmoeder merkt verschil tussen haar gevoel voor haar dochter en voor haar stiefkinderen. En zij accepteert dat. Ook de oudste kinderen hebben er geen moeite meer mee. Zij hebben een moeder. En voelen ook verschil tussen hun genegenheid voor hun moeder en voor hun stiefmoeder.
 
Het mag er zijn. Dat verschil in genegenheid en omgang. Vanzelfsprekend worden alle kinderen wel gelijk behandeld. 
 
Stiefmoeder gaat aan de slag om te kijken op welke wijze zij het stiefmoederschap vorm gaat geven. Op basis van wie ze is, haar hoogstpersoonlijke stiefmoederschap.
 
En vader? Kan hij zijn diepgewortelde behoefte aan herhaling van het kerngezin loslaten? Met inzicht komt bewustwording. Wat hij noch zijn (oudste) kinderen noch zijn geliefde wil aandoen: het gedwongen karakter van zijn wens van het kerngezin, die voortkwam uit angst. Hij ervaart hoe zijn band met zijn oudsten sterk is en hoe er voor hen kan zijn, ook nu hij en hun moeder gescheiden zijn.
 
Leven in een samengesteld gezin is nooit een easy ride, daarvoor is het te complex, ook als het goed gaat. Maar wat is het waardevol, juist nu de werkelijkheid wordt omarmd en ieder zijn en haar juiste en eigen plek heeft gevonden.





Je ontvangt zo dadelijk het eerste hoofdstuk
en je ontvangt voortaan tweewekelijks Stiefmanagement tips.

Vanzelfsprekend ga ik vertrouwelijk om met je gegevens. Die worden nooit doorgegeven aan derden.

foto Marike Smilde

SOCIAL MEDIA
LinkedIn
Facebook